(Een week in losse fragmenten)
‘Alleen dichters werken, andere personen hebben bezigheden.’
Jan Greshoff
Door de band ga ik met de fiets of de trein naar de bibliotheek, maar vorige week nam ik drie keer de auto en drie keer werd ik op hetzelfde punt geflitst in een straat die juist uitnodigt om zachtjes het gaspedaal dieper in te duwen omdat de oprit naar de autobaan wenkt en er nergens zwakke weggebruikers te bespeuren vallen. Zo kwam het dat er deze week drie dagen na elkaar bij thuiskomst een brief van de politie op mij lag te wachten met de aanmaning om zo spoedig mogelijk 68,67 euro te betalen. Een officieel geijkte camera had namelijk vastgesteld dat mijn gecorrigeerde snelheid 51 km/u was, daar waar je maar 50 km/u mag rijden. Er wordt veel geklaagd over de teloorgang van de verloren kunst van het brievenschrijven. Maar de politie en ik: wij schrijven elkaar bijna elke dag.
Een vriend van ons is muzikant en hij heeft in zijn leven nog maar drie boeken uitgelezen, waaronder De kip die over de soep vloog van Frans Pointl en De ongelooflijke slechtheid van het Opperwezen van Karel van het Reve. Telkens blijkt pagina tachtig de ultieme struikelblok te zijn. Tot daar schiet het allemaal prima op, maar plots verwatert zijn interesse. Momenteel is hij in drie boeken tegelijkertijd bezig en in alledrie nadert hij pagina tachtig. Sedert zijn bekentenis zegt Jolanda als ze in een boek verdiept is en ik haar vraag of het een beetje opschiet: ‘Ik zit aan de pagina van Jeroen!’
Dochter Zoé en haar vriend Marnix reisden twee weken in een witte bestelbus met een Belgische nummerplaat doorheen Zuid-Engeland. Toen ze op de parking van een supermarkt stonden vroegen drie twaalfjarige jongens gebiologeerd of ze uit België kwamen. Nadat Zoé had bevestigd dat ze inderdaad ‘Yes, from Belgium’ waren, deinsden de kinderen achteruit, verscholen zich achter de winkelkarren, speelden alsof ze doodsangsten uitstonden en riepen smekend: ‘Please, please don’t kidnap us…’
Onder de bibliotheekbezoekers kan er maar één de allergrootste dandy zijn. Bij ons is dat een Mechelse dichter en voormalig radiomaker die zo plechtig schrijdt dat onze bib de allures van een catwalk krijgt. Maar het was al enige tijd geleden dat hij ons nog eens met een bezoek had vereerd. Tot hij op een dinsdag in augustus onaangekondigd uit de hemel neerdaalde en nadat we, ten teken van begroeting, diep voor elkaar hadden gebogen riep ik hem ter verantwoording. Waarom had hij al die tijd nagelaten in onze eenvoudige kloostergangen zijn verheven licht te laten schijnen? ‘Dat komt, Jo, omdat ik een boek aan het schrijven ben dat alle andere boeken overbodig zal maken. Op de Bijbel, de Koran en de seksbijbel van Goedele Liekens na.’
Na haar knieoperatie is Jolanda aan het revalideren. Wekelijks gaat ze naar Move to Cure – een praktijk waar professionele kinesisten gekwetste Belgische atleten proberen op te lappen en klaar te stomen voor steeds maar eclatantere mondiale successen. Kortom: ze wordt er omringd door de fine fleur van de Belgische sportwereld – zo is Romelu Lukaku er bijvoorbeeld de dj van dienst. Achter haar voelde ze plots de schaduw van iemands aanwezigheid. Ze draaide zich om. Het was Eddy Merckx. Moeizaam strompelde de vijfvoudige Tour de France-winnaar voort. Iedereen keek lichtjes bedroefd naar de grootste Belgische atleet aller tijden in het besef dat de Godenzoon van de zomer van 1969 nauwelijks nog kon stappen. Het was triest. Tot hij op zijn fiets kroop. Jolanda zei: ‘Zoiets moois als Eddy Merckx op een fiets heb ik nog maar zelden gezien. Ze waren één. Zijn bewegingen waren zo vloeiend, zo elegant. Het ging allemaal zo moeiteloos. Het leek alsof man en fiets voor elkaar gemaakt waren.’
Mix Tape is een hartverwarmende Britse miniserie waarin de muziek van de jaren tachtig een belangrijke bijrol speelt. Het verhaal is eenvoudig. Twee jonge mensen worden verliefd, verliezen elkaar door complexe omstandigheden uit het oog en komen elkaar na meer dan drie decennia terug op het spoor. Wat doet het met iemand om een oude jeugdliefde opnieuw te zien en te herontdekken? Prachtige reeks waar Jolanda en ik twee avonden intens van hebben genoten. Na afloop vroegen we ons af wie we uit ons verleden opnieuw zouden willen ontmoeten – al was het maar voor de duur van een regenachtige middag. Bij mij is dat Alison (toevallig ook de naam van het hoofdpersonage uit de reeks). Ze was een Engels meisje met krullen, een geweldig gevoel voor humor en een beschaafde Engelse uitspraak waarbij vergeleken zelfs die van Stephen Fry proletarisch klinkt. Ik was vijftien en zij veertien. We leerden elkaar kennen op een skivakantie in Tignes. Het duurde maar een week, maar ik was zo intens verliefd dat de maanden nadien Alison van Elvis Costello op constant repeat in mijn hoofd zat. Ergens ben ik benieuwd naar hoe haar verdere leven is verlopen. Of is het beter dat ze voor altijd in mijn verbeelding verankerd blijft als dat coole veertienjarige meisje dat zo grappig was dat de zwaartekracht geen vat op haar kreeg? En al zeker niet als ze skiede.
In de hoop dat Marc Didden zijn brede schouders onder het Marc Mijlemans-boek zou zetten – de legendarische rockjournalist met begenadigde pen die te jong stierf en op muziekliefhebbende lezers van mijn generatie een onuitwisbare indruk maakte -, had ik met hem afgesproken in Café Laboureur. Onder het genot van waanzinnig lekkere garnaalkroketten diste Marc de ene na de andere smakelijke anekdote op. Wat hij niet wist is dat deze week het boek Barakstad met het verzameld werk van J.M.H. Berckmans uitkomt. Als eerbetoon aan de grote schrijver van de zelfkant van het leven had ik een kleine expo in de bibliotheek in elkaar gestoken. Daarbij had ik zorgvuldig naar goede citaten gezocht en ik vroeg Marc of ik mijn selectie aan hem mocht voorlezen. Hij luisterde aandachtig en ademloos en verzuchtte na afloop: ‘Wat kon die man schrijven.’
‘Het is genoeg geweest. Sommige willen verdwijnen in de inktzwarte nacht en sommigen willen het daglicht nog zien. Sommigen willen de zon en sommigen willen de maan en sommigen willen helemaal niets. Sommigen willen sterven als het wintert in Bidonville en sommigen willen sterven nu het zomert in Barakstad. Het maakt niet uit. Dood is dood. Kapot is kapot. En gedaan is gedaan. Jaja. Dat zal wel.’
J.M.H. Berckmans – Het zomert in Barakstad









