Al tijdens het buiten rijden van Bexhill merkte ik dat er iets loos was met onze wagen. We hadden net het wonderlijke De La Warr Pavilion bezocht – een artistiek centrum aan het strand in een modernistisch gebouw uit 1935 – en we verkeerden in een ontspannen vakantiestemming. Ondanks de aanhoudende motregen van de afgelopen dagen was onze liefde voor Engeland alleen maar groter geworden. De sfeer van vervallen grandeur; de in de dagelijkse omgang attente en prettige ironie van de Engelsen; en bovenal: het fantastische eten. Daar waar je in culinaire ontwikkelingslanden als Italië en Frankrijk al blij bent met een middelmatige maaltijd, is elke hap in Engeland een waar feest. Maar ik wijk af.
De Jeep had nauwelijks nog kracht. Er begon een oranje licht te branden met de boodschap dat we de motor dringend moesten laten controleren. Niet langer talmen! Terwijl we daar beiden zo in uitblinken.
‘Het is maar een oranje licht. We mogen dus nog verder rijden. Ik stel voor dat we alsnog proberen in Torquay te geraken om daar dan naar een Jeepgarage te zoeken. Het is slechts 385 km ver.’
Jolanda vond het een uitstekend idee. Ze verheugde zich om in de spa van het hotel de vakantiestress van zich af te laten glijden en wilde niet te veel rondhangen in garages in buitenwijken waar de keuze aan vegetarische gerechten eerder beperkt is.
Wij mochten het dan een uitstekend plan vinden, de wagen was het daar duidelijk niet mee eens. De motor sputterde en verloor na elke afgelegde kilometer aan kracht. Op de autobaan moest ik hoe langer hoe sneller schakelen – tot ik zelfs al bij 65km per uur in de zesde versnelling zat. Amechtig kreunde de Jeep verder. Plots gaf de koppeling niet meer thuis. Ik trapte volledig in het ijle en schoot in paniek. Jolanda merkte mijn zenuwachtig gedoe op en vroeg, terwijl ik naar een vluchtstrook zocht, naar een technisch goed onderbouwde update van onze huidige situatie. Zijn het de remmen? Is er iets met de koelvloeistof? Haperen de ruitenwissers?
Er wás gelukkig een vluchtstrook. Daar kwamen we even op adem, terwijl de Britten en andere Formule 1-fanaten ons rakelings voorbijraasden. Maar het was duidelijk: hier konden we de rest van de vakantie niet blijven kamperen. In de verte zag ik knipperende auto’s de autobaan verlaten en ik hoopte dat onze Jeep – na acht jaar en 233.000 km trouwe dienst – nog twee kilometer verder zou willen rijden. Weg van het langs scherend gevaar. Het lukte. Net. Twee kilometer verder in een rustige straat naast het stadion van de Premier League club Brighton & Hove parkeerden we de Jeep die er definitief de brui aan gaf en herdachten onze strategie. De hoop om ‘s avonds in een spa in Torquay lichtjes verveeld de tijd te verwijlen verdween.
De motregen was ondertussen een moessonregen geworden. Jolanda was echter zo verstandig geweest om een extra verzekering voor pech onderweg in het buitenland af te sluiten bij Touring. Terwijl ik met een AI-medewerker van Europe Assistance aan het discussiëren was, kreeg zij een heuse dame – een mens van vlees en bloed met inlevingsvermogen en een afbetalingsplan – aan de lijn. De vrouw had zo’n warme, zwoele stem dat ik hoopte er de rest van de vakantie naar te mogen luisteren. Wat eerst een dieptepunt leek, zou het hoogtepunt van de reis worden. Had ik maar elke dag autopech…
Ze klonk niet alleen professioneel, ze was het ook. Er werden mannen die alles van joint-de-culasse-problemen wisten gecontacteerd en er werd een hotel in Brighton geboekt.
Jolanda had er vertrouwen in dat alles goed zou komen en las verder in Yesteryear van Caro Claire Burke. Ondertussen nam ik foto’s van regendruppels.
Vrienden van Jolanda – echte mannen die al op hun veertiende aan brommers sleutelden en beter dan ik gewapend zijn voor het leven in de 21ste eeuw – stuurden hoopgevende berichten als: ‘Jullie wagen is pas nieuw en de koppeling is al naar de klote! Koop dan gelijk maar een automaat.’
Haar broer schreef: ‘Ik hoor ons ma in de hemel zeggen: “Er gaat toch niets boven Roosendaal.”’
Uit de mist dook een man in een oranje werkplunje met een takelwagen op en die bevestigde dat the clutch naar de verdoemenis was.
De Jeep Renegade werd getakeld en verdween tijdelijk of voorgoed uit ons leven. De dame met de hemelse stem regelde een vervangwagen en een chauffeur om ons de volgende ochtend tot bij een verhuurbedrijf te brengen. Alle zorgen verdwenen. De reis kon beginnen. Maar beter dan die zes doorregende uren wachten in de schaduw van het stadion van Brighton & Hove op de komst van de man die onze laatste hoop zou ontnemen gaat het allicht niet worden.









