Ochtend
Het weer nodigde uit om met de fiets naar het werk te gaan, maar eenmaal in Mechelen aangekomen stikte ik van de dorst. Net voorbij treinstation Nekkerspoel zag ik een gloednieuwe nachtwinkel die blijkbaar al van ’s morgens vroeg geopend was en ik stapte naar binnen. Alles blonk. Alles rook naar liefde en javel. Achter de winkeltoog stond een man nog wat artikelen recht te zetten. Hij was gedrongen en had gelijkmatige Oosterse gelaatstrekken. Maar van waar precies was hij toch afkomstig? Turkmenistan? Oezbekistan? Afghanistan?
Klaar om mijn flesje water af te rekenen stond ik aan de kassa en in het gezicht van een man die ik nog nooit had gezien herkende ik plots het gezicht van een jongen uit de klas van de lagere school van mijn dochter.
‘Dit flesje water graag. En mag ik u eens een vreemde vraag stellen? Zat uw zoon vroeger op de Steinerschool?’
Ook mensen met een serene uitstraling kunnen verbaasd kijken, maar hij bevestigde mijn vermoeden. Een van de slimste kinderen uit de klas van Zoé was B. – de zoon van Afghaanse vluchtelingen. De jongen die als kleuter opgroeide in een land waar al ruim drieduizend jaar oorlogen worden uitgevochten, paste zich moeiteloos aan aan de geplogenheden van een land waar al tweehonderd jaar een taalstrijd woedt. Enkele jaren geleden werd ik in een andere winkel aan het hoofdstation van Mechelen hoffelijk door B. geholpen en ook nu knikte de vader bevestigend.
‘Deze winkel is pas sinds vandaag open en ik ga hier vanaf nu staan. Maar mijn vrouw en zoon blijven in onze andere zaak werken.’
Je zag de trots in zijn ogen. Van een klein gehucht in een onherbergzaam land naar de eigenaar van twee winkels in een van de mooiste provinciesteden van Europa.
Voormiddag
In de bib stond een tienermeisje wat aarzelend te dralen aan de onthaalbalie. Ze was een moslima. Gesluierd. Vroom in het diepst van mijn gedachten. Tot mijn niet geringe verrassing wilde ze een boek uit een reeks met zeer pikante erotische verhalen uitlenen en ik moest haar daarbij helpen. Verder vroeg ze me om het e-mailadres van haar moeder te wissen en dat te vervangen door dat van haar.
‘Dit is een heel populaire reeks, zeker bij jongeren’, probeerde ik haar op haar gemak te stellen, want ik herinnerde me mijn eigen schaamte nog toen ik als tiener in videotheken op het punt stond stomende films uit te lenen.
‘Dat begrijp ik maar al te goed,’ antwoordde ze met de wijsheid van een tienermeisje dat op het punt staat om een vrouw van de wereld te worden.
Middag
Er zijn mensen die je onmogelijk met hun voornaam kunt aanspreken. Mevrouw M. is er zo een van. Een gepensioneerde historica van 91 met een uitmuntende smaak in literatuur en de vista voor de betere haute couture van een diva. Ze dendert door de bib met een rollator en het is nooit helemaal duidelijk of zij de rollator ondersteunt of de rollator haar. Het lijkt wel of het woord pezig speciaal voor haar is uitgevonden. Trots kwam ze me vertellen dat ze alweer wat was aangekomen en ondertussen al 35 kilo weegt. Desondanks kwam het woord patapoef niet spontaan in me op. Hoewel zeer verschillend doet mevrouw M. me aan mijn moeder denken. Beide dames zijn brouwersdochters. In Leuven gestudeerd. Perfect meertalig. Helder van geest. Kortom: kranige negentigers. Ik had net aan mijn moeder het boek Kolhoz van Emmanuel Carrère uitgeleend en ze was erin beginnen lezen en ze vond het fantastisch. Erop vertrouwend dat hun smaken overeenstemmen raadde ik het ook aan mevrouw M. aan en die leende het onmiddellijk uit.
Avond
Over Emmanuel Carrère gesproken: de grote Engelse schrijver Geoff Dyer kwam naar het STUK in Leuven waar hij als voorprogramma van het concert van het Australische jazztrio The Necks over zijn jazzboek But Beautiful zou spreken. The Necks zijn trouwens Dyers favoriete band en hij was maar wat trots dat hij het podium met hen mocht delen, zij het niet op hetzelfde moment. Tijdens het concert was er niemand zo hard met zijn hoofd op het ritme van de muziek aan het meeknikken dan Dyer. Ik moet zeggen dat ook ik in de ban geraakte van hun bezwerende, geïmproviseerde nummers die regelmatig een uur of langer duren. De interviewer van dienst was de schrijver Colin Walsh die in een kleurrijk Iers accent uitstekende vragen stelde. Je voelde dat Walsh ook een fan van Dyer was, maar zijn bewondering voor de schrijver stond een diepgaand interview niet in de weg. Tijdens het gesprek had ik voortdurend het gevoel: God bestaat en Zijn naam is Geoff. Stijlvol gekleed, prachtig Engels, onderkoelde humor, bijna even pezig als mevrouw M. Mocht ik het al niet zijn, dan zou ik later op die manier oud willen worden.
Hoewel de Nederlandse vertaling bij uitgeverij Tristan pas nu is verschenen is het boek net geen veertig jaar oud en Dyer vertelde dat het hem ‘in my senile old age’ aan zelfvertrouwen zou ontbreken om But Beautiful in de stijl te schrijven waarin het oorspronkelijk geschreven was. Hij is niet meer behept met de Sturm und Drang van de jonge dertiger die de literaire hemel wil bestormen. Het vuur om het beste jazzboek aller tijden te schrijven is geblust.
Na afloop liet ik mijn exemplaar ondertekenen en vertelde ik Dyer dat hij samen met David Sedaris en Emmanuel Carrère mijn favoriete nog levende schrijver is.
‘Oh, have you seen the picture of me and Emmanuel that I shared on Instagram?’
‘Of course. The strange thing is that both your latest books, although completely different, are about the same topic: the death of your parents. You and Emmanuel are also exactly the same age: pushing seventy.’
Als een blozend tienermeisje dat voor het eerst haar idool ontmoet, vroeg ik of ik een selfie met hem mocht maken. Colin Walsh zette hoffelijk een stap opzij en Geoff en ik keken glimlachend in de lens. Oprukkende rimpels, grijze haren, vermoeide ogen met ergens diep verscholen nog een jeugdige twinkeling.
Dyer bekeek het resultaat en zei: ‘Lately I seem to be surrounded by older men.’

























