‘Denk je dat Katherine en ik zouden mogen langskomen om met je moeder over de periode dat ze deel uitmaakte van de inner circle van de Wide White Space galerie te spreken?’
Het was kunstdocumentairemaker Pieter Verbiest die me belde. Het merendeel van wat ik op televisie zie is vakkundig gemaakt bewegend behang dat ik, terwijl de uitzending nog volop bezig is, al lang en breed ben vergeten. Heel sporadisch echter zie ik iets wat beklijft en een onvergetelijke indruk achterlaat. De documentaires van Pieter Verbiest en zijn vaste partner in crime Katherine Schmelzer behoren stuk voor stuk tot het beste van wat de laatste decennia op de televisie is uitgezonden en telkens voelt de meerwaardezoeker in mij zich opgetild en innerlijk verrijkt. Hun portretten van o.m. Chantal Akerman, Marcel Broodthaers, René Heyvaert en Dennis Tyfus zal ik nooit vergeten en het kostte me dan ook geen enkele moeite om mijn moeder te overtuigen hen te ontvangen en in het dorp gebak te gaan halen en verse koffie te zetten. Ook mijn dochter Zoé, eveneens een fan van hun werk, tekende present en gedrieën wachtten we – moeder en dochter sereen en ik gespannen – op het rinkelen van de voordeurbel.
Op een maandag in oktober kwamen Katherine en Pieter met de plooifiets naar ’s-Gravenwezel (‘Wij houden onze werkvergaderingen op de fiets.’) en al bij het binnenkomen straalden ze de onbevangenheid en levenslust uit van mensen die van hun passie hun beroep hebben gemaakt. Zelden heb ik iemand geestdriftiger naar de muren van mijn ouderlijk huis zien kijken dan Pieter. Onderweg naar de Parel der Voorkempen hadden ze veel opulente wansmaak gezien, maar de schoonheid van de lijnen van het huis dat architect Georges Baines voor mijn ouders had ontworpen sloeg hen met verstomming. Ze waren in volle voorbereiding voor hun nieuwe documentaire over de legendarische Antwerpse galerie Wide White Space van Anny De Decker en Bernd Lohaus en ze wilden op voorhand zoveel mogelijk getuigen spreken alvorens naar de kern van hun verhaal te gaan. De galerie heeft nauwelijks tien jaar bestaan – van 1966 tot 1976 – maar in dat korte tijdsbestek hertekende ze het landschap van de hedendaagse kunst in België compleet.
Het gebak, de koffie en de anekdotes over de jaren dat slechts een handvol kunstliefhebbers overtuigd waren van de waarde van wat Anny en Bernd lieten zien, terwijl de rest van de maatschappij er de spot mee dreef, deden de ronde. Er werden herinneringen opgehaald aan het onbegrip waarmee elke expo door de buitenwacht werd onthaald. Pieter en Katherine waren net teruggekomen uit Parijs waar ze de negentigjarige en nog zeer lucide Daniel Buren hadden geïnterviewd, een kunstenaar die regelmatig in de Wide White Space exposeerde, en hij had hen achteraf een lift naar het treinstation aangeboden – een ervaring die de wildste ritten uit de achtbanen van hun jeugd vér overtrof.
Ze stelden gerichte en diepgravende vragen en waren oprecht geboeid. Het knappe aan hun documentaires is dat ze zichzelf als makers volledig weggommen en dat ze de geportretteerden in hun waarde laten. Ze worden gedreven door nieuwsgierigheid.
‘Ik ben in het archief van de VRT naar oude opnames gaan kijken’, vertelde Pieter, ‘en in de eerste uitzendingen over de White Wide Space was de toon erg spottend. Tot de komst van Jef Cornelis. Die was nieuwsgierig naar de kunst die er werd tentoongesteld. Soms kijk ik vol ongeloof naar wat er toen allemaal kon en mocht op televisie. Het experiment werd bepaald niet geschuwd. Zoals de rechtstreekse uitzending in 1969 op de toenmalige BRT van The World Question Center, een performance van James Lee Byars, waarin een heterogene groep mensen bestaande uit o.m. Marcel Broodthaers, John Cage en Simon Vinkenoog – gekleed in lange, door Byars ontworpen gewaden die zelf met zijn gekende zwarte puntmuts als een goeroe in het midden van een cirkel getrouwen zat – aan hem vragen moesten stellen die zij belangrijk vonden.’
‘Je bent echt een knappe man, Pieter. Weet je op wie je lijkt: op Marcel Broodthaers! En dat is een compliment want die had een mooie, woeste kop met adelijke trekken.’ De tijd dat mijn negentigjarige moeder zich inhield als ze enthousiast was over het uiterlijk van een jongeman behoort definitief tot het verleden. Maar het feit dat hij vergeleken werd met zijn grote en artistiek ongrijpbare held Marcel Broodthaers deed Pieter zichtbaar deugd en hij streek vergenoegd door zijn jeugdige haarbos.
Er werd gepolst naar wat mijn ouders zo aantrok in de kunst van de Wide White Space. Maar kan je het ongrijpbare definiëren? Het speelse element en de onderliggende humor speelden ontegensprekelijk mee, alsook het feit dat de kunst die er werd getoond niet gebukt moest gaan onder maatschappijkritiek. Niet elke open ruimte moest worden ingevuld. Niet elk vakje moest worden afgevinkt.
Anny De Decker verwoordde het zo: ‘Als ik het werk niet helemaal begrijp, dàn wil ik de kunstenaar tonen.’
We wandelden naar boven waar ik Pieter en Katherine het portret in woorden liet zien dat Lawrence Weiner van mijn vader het gemaakt en gaf hen beiden – als liefhebbers van Weiners werk – de ex libris die hij had ontworpen voor de boekencollectie van mijn ouders, en waarvan we honderden exemplaren hadden laten drukken, cadeau. Pieter werd er stil van, want net op dat moment was hij op een veiling aan het bieden op een multiple van het werk The level of water/ De waterstand van… Lawrence Weiner.
Hun bezoek duurde slechts een maandagmiddag, maar overspande generaties. Gedurende enkele uren leefde mijn moeder weer in een verleden waar zij een van de laatste nog levende getuigen van is. In gedachten nam ze weer deel aan de happenings van James Lee Byars, hoorde ze Marcel Broodthaers in zijn prachtig Frans redevoeringen houden op het snijpunt tussen kunst, poëzie en ironie en zag ze de vriendschap tussen haar man en Bernd Lohaus openbloeien. Opnieuw kwamen er tijdens het verorberen van hoogwaardig gebak werelden samen en leken het verleden, het heden en de toekomst elkaar een knipperend ogenblik aan te raken.
Onderweg naar huis vertelde Zoé me dat ze na het zien van de documentaire in de Canvas-reeks Hopen op de goden van Pieter en Katherine over de Luikse fotografe Lara Gasparotto besloot om fotografie te gaan studeren. Er is op televisie veel bewegend behang. Maar af en toe maakt iemand iets met hart en ziel. En die plant ergens in het hoofd van een tiener een zaadje dat uitkiemt tot een boom die naar de hemel reikt.

























