Op de laatste dag van onze reis door Engeland, onderweg naar Dover, luisterden we in de auto naar een podcast met Christophe Vekeman die werd geïnterviewd naar aanleiding van zijn recent verschenen boek Het gebeurt, het gebeurt elke dag. Tijdens het gesprek vertelde Christophe over het bedevaartsoord Oostakker-Lourdes, nabij Gent, en alle wonderen die vrienden van hem al te beurt waren gevallen na een bezoek aldaar – zelfs zonder dat die vrienden persoonlijk geloofden in de tussenkomst van de Heer, na het verkrijgen van een minder gunstig medisch rapport.
‘Zullen we onderweg naar huis dan ook maar even stoppen in Oostakker-Lourdes?’, vroeg Jolanda. ‘De revalidatie na mijn knieoperatie verloopt stukken moeizamer dan de vorige keer. Wie weet helpt het.’
Mijn scepticisme over de heilzame kracht van religies is met de jaren enkel toegenomen, maar aan een naam die klinkt als een wielerklassieker uit de Belle Epoque kan ik niet weerstaan. Om in de juiste stemming te komen verplichte ik Jolanda wel om, als antidotum, te luisteren naar een gesprek met Christopher Hitchens die met enkele welgemikte boutades, tenminste voor zij die open staan voor zijn argumenten, de stelling van zijn boek God is Not Great bewees.
En toch: nog voor we in het bedevaartsoord waren toegekomen mochten we met eigen ogen al een eerste wonder aanschouwen. Dankzij de omweg naar Oostakker-Lourdes ontsnapten we aan een monsterfile op de E17 naar Antwerpen!
Het is fascinerend om te zien hoeveel werelden en mensen – die allemaal overtuigd zijn van hun waarde en gelijk – gelijktijdig en naast elkaar kunnen leven zonder dat ze elkaar aanraken. Toen we de reusachtige basiliek in neo-gotische stijl van Oostakker-Lourdes zagen opdoemen werden we niet teruggeworpen in de tijd, maar openden we een deur naar een andere hedendaagse realiteit van een verder mij onbekende wereld. Vooraan in de kerk woonden een tiental gelovigen een mis bij en dan word ik steevast overvallen door een lichte droefheid. Waar sommigen het licht zien als ze een religieuze plaats betreden, zie ik vooral duisternis. Maar genoeg getreurd. Net voorbij de inkom was een klein altaar en daar kon je voor het bescheiden bedrag van 2 euro per stuk kaarsen laten branden om alzo wonderen af te dwingen. Jolanda betaalde acht euro, want ze had vier wensen, en pas na de succesvol verlopen financiële transactie bleek dat de aansteker die was klaargelegd om de gelovigen een helpende hand aan te reiken het niet meer deed. Gelukkig is Jolanda zo soepel van geest dat het voor haar juist een teken was dat God zich persoonlijk met haar knie zou gaan bezighouden en ze aanvaardde in dank dit tweede wonder.
Niet veel later moest ik plassen en jawel hoor: alweer voltrok er zich een wonder want er was een toilet aanwezig op het complex. Daar maakten we kennis met Mariëtte, de 93-jarige toiletdame die er al veertig jaar werkt en dat zeven dagen op zeven – want aan rustdagen, zoals de Heer, deed ze niet. Ondanks haar jeugdige leeftijd was het haar laatste werkweek want ze ging met vervroegd pensioen, maar ze straalde nog steeds liefde voor haar vak uit. Zelden zo’n propere toilet gezien. Alles blonk, alles rook naar vakmanschap. Mariëtte kocht dan ook de schoonmaakproducten zelf in, zodat haar winstmarges bescheiden bleven, en ze nam de tijd om met tal van toiletbezoekers een praatje te slaan. Soms kan je leven zich op dezelfde vierkante meters afspelen en zie je toch de hele wereld voorbij trekken, ook al bestaat die wereld dan voornamelijk uit pelgrims waarvan sommigen bovendien nog erg gehaast zijn. Tot haar 92ste ging ze dagelijks met de fiets naar haar werk. Maar nu was de tijd gekomen dat haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen al haar aandacht mochten opeisen. Zonder de tussenkomst van Christophe (Vekeman, niet Hitchens) hadden we nooit Mariëtte leren kennen en het korte maar wonderlijke gesprek dat we met haar voerden zal voor altijd onze zomer van 2026 blijven kleuren.
En nog hield de stroom van wonderen aan. Bij thuiskomst zagen we in onze straat zowaar een vrije parkeerplaats – wat in wezen neerkomt op een sluitend Godsbewijs.
Hoewel haar chirurg ten onrechte meende dat zijn vakmanschap er deels voor iets voor tussen zat, ging het met de knie van Jolanda na ons bezoek aan Oostakker-Lourdes merkelijk beter. Op sommige dagen vergat ze zelfs dat ze was geopereerd en danste ze door het huis als een jong meisje dat op ponykamp vertrekt.
Maar het allergrootste wonder voltrok zich vorige week. Nadat ze haar papieren rijbewijs op het districtshuis had omgeruild voor een bankkaartmodel en we het nieuwe exemplaar in koffiebar Nives aandachtig bestudeerden bleek dat Jolanda – zonder theoretische of andere examens te hebben moeten afleggen – een rijbewijs C had gekregen. Uit het niets mag ze plots met vrachtwagens rijden. Als God in zijn grenzeloze naïviteit meent dat het met de mensheid goed zal aflopen van zodra Jolanda in een vrachtwagen de Antwerpse ring opdraait, dan denk ik dat het moment is aangebroken om van ons huis een bedevaartsoord in neo-gotische stijl te maken.

























